(Para-) medici

Tennisarm / tenniselleboog

De tennisarm wordt in het algemeen omschreven als een tendinopathie van de m. Extensor carpi radialis brevis (ECRB). Provocatie van de pijn vindt plaats door iets te grijpen, met name tijdens het bovenhands tillen van voorwerpen. Pijn wordt gevoeld t.h.v. de laterale epicondyl met vaak referred pain naar de laterale onderarmzijde.
Bij biopsy-studies (1) blijken bij een tennisarm de collagene vezels minder goed gegroepeerd te liggen en is er ter plekke sprake van een verhoogde vascularisatie. Opvallend is verder dat de klassieke ontstekingscellen niet in de spier worden gevonden. De vaak gebruikte term epicondylitis lateralis humeri geeft weliswaar de pijnlocalisatie goed weer, echter van een ontsteking blijkt dus geen sprake.

De oorzaak van een tennisarm wordt meestal gezocht in repeterende krachtige hand-bewegingen. Met name activiteiten waarbij de elleboog in extensie is, de pols zich in een palmairflexie bevindt en krachtig met de hand geknepen wordt, zijn predisponerend voor het krijgen van een tennisarm / tenniselleboog. Een herkenbaar voorbeeld is tijdens tennissen de backhandslag, indien deze met onvoldoende romprotatie (dus meer palmairflexie van de pols) en te veel extensie van de elleboog wordt uitgevoerd.
Bij palpatie worden pijnpunten gevonden t.h.v. de laterale epicondyl en in de spierbuik van de ECRB. De alom gebruikte pijnprovocatietesten zijn weerstand geven tegen dorsaalflexie van de hand en het tegen weerstand extenderen van de middelvinger.

Is er tevens sprake van pijn (of paraesthesie) in de hand, de mediale epicondyl of de bovenarm, dan is nader onderzoek van de proximale gewrichten gewenst. Behandeling van de cervicale (en thoracale) wervelkolom en/of het schoudergewricht vormt dan onderdeel van de behandeling.
De klassieke tennisarm heeft slechts een lokaal karakter: een pijnlijke epicondyl of spierbuik van de ECRB met meestal ook een herkenbaar overbelastingsmoment (kort of langdurig) als oorzakelijk moment.

Er zijn diverse onderzoeken geweest naar de waarde van de verschillende behandelvormen. Cortisoneninjecties bleken op korte termijn goed resultaat te geven. Op langere termijn scoorde deze patientengroep echter slechter dan de controlegroep die een 'wait and see'-beleid volgde. De fysiotherapiegroep heeft een sneller herstel dan de 'wait and see'-groep. Na een jaar zijn er echter geen significante verschillen meer tussen 'wait and see' en klassieke fysiotherapie (combinatie fricties, ultrageluid en oefeningen) (2).
Shockwave lijkt het tovermiddel van de laatste jaren. Echter volgens een Cochrane review (3) in 2006 verbeteren pijn en functie niet of slechts licht bij gebruik van shockwave-therapie. Ook latere studies komen niet verder dan slechts een matig bewijs voor afname van klachten bij het gebruik van shockwave bij een tenniselleboog.

Voor effectieve fysiotherapeutische behandeling van de tennisarm is vooralsnog geen eenduidige evidentie. Diagnostiek is van wezenlijk belang. Cervicale en glenohumerale pathologie dient anamnestisch uitgevraagd te worden en zo nodig in de behandeling meegenomen te worden.
Bij een beperking van de flexie of extensie in het ellebooggewricht kan behandeling volgens Mulligan overwogen worden. Effectstudies rondom MWM's zijn echter vaak single-case zodat er twijfels blijven rondom de werkzaamheid.

Al met al vormt behandeling van de tennisarmpati├źnt een uitdaging. Goed klinisch redeneren en inventiviteit van de behandelaar kan echter zeker tot mooie resultaten leiden.
Ook de in onze praktijk gebruikte techniek waarbij de ECRB met manuele technieken wordt gemobiliseerd is wetenschappelijk nog niet onderbouwd. Wij zijn natuurlijk overtuigd van de meerwaarde van onze methode, maar zonder externe evidentie blijft het moeilijk om verwijzers te overtuigen. Graag zouden we middels een wetenschappelijke publicatie onze behandelmethode uit willen dragen. Bent u wetenschapper en ziet u mogelijkheden voor nader onderzoek? Aarzel dan niet om contact op te nemen.

Literatuurlijst:
1. Khan KM, Cook JL, Bonar F, Harcourt P, Histopathology of common tendinopathies.
2. Smidt N e.a, Corticosteroid injections, physiotherapy, or a wait-and-see policy for lateral epicondylitis, Lancet 2002.
3. Buchbinder R, Green SE, Youd JM, Assendelft WJJ, Barnsley L, Smidt N, Systematic review of the efficacy of shock wave therapy for lateral elbow pain.

 

Contact

Vul hieronder uw gegevens en vraag of opmerking in.
Vermeldt u even als u teruggebeld wilt worden.

Tweets by @RonaldKorsten